De of het haar?

Het is: de haar

“De haar in de soep bleek van de hond te zijn.”

De-woorden en het-woorden

Woorden die de- en het-woord kunnen zijn, soms met betekenisverschil (homoniemen) en soms zonder betekenisverschil.

Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:

’haar’ in de woordenboeken van het IVDNT

Start de lidwoorden trainer!