De of het plaats?
Het is:
de plaats
“De plaats naast het raam is nog vrij.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
sok
dag
hut
gok
oktober
trots
schijn
regen
zon
dood
stad
hoop
’
plaats
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!