De of het wc?
Het is:
de wc
“De wc is bezet.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
kaart
stad
zeep
macht
markt
baan
stap
hel
maart
maand
zoen
nacht
’
wc
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!