De of het zin?
Het is:
de zin
“De zin in vakantie groeit met de dag.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
pik
groep
raad
zaal
vraag
pan
april
dam
automaat
wijn
macht
taal
’
zin
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!