De of het zusje?
Het is:
het zusje
“Het zusje van Emma zit al op zwemles.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
schatje
bakkertje
boompje
kerkje
tientje
briefje
deurtje
autootje
marktje
kaartje
huisje
hutje
’
zusje
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!