De of het datum?
Het is:
de datum
“De datum van het feest staat al vast.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
pap
rib
lucht
krant
avond
rem
kou
wereld
regen
jas
tafel
reden
’
datum
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!