De of het stoel?
Het is:
de stoel
“De stoel bij het raam zit het lekkerst.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
lamp
hel
gok
vlag
helft
leeftijd
automaat
overkant
bel
regen
plank
vorm
’
stoel
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!