De of het plank?
Het is:
de plank
“De plank hangt scheef aan de muur.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
zak
maand
juli
foto
zon
tong
scheet
december
pantoffel
wc
kans
cd
’
plank
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!