De of het tas?
Het is:
de tas
“De tas staat nog in de trein.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
buurt
pil
miss
doos
trainer
bus
truc
mam
verpleegkundige
kans
trots
manier
’
tas
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!