De of het pan?
Het is:
de pan
“De pan soep staat nog op het vuur.”
Oefen dit woord
Meer woorden met deze regel:
pijn
straat
overkant
zienswijze
gang
wei
haat
gok
pil
adem
kans
jas
’
pan
’ in de woordenboeken van het IVDNT
Start de lidwoorden trainer!